top of page

Testen en labels

1.1 Testen

De testen voor alle labels worden door BSC zelf ondernomen. De testen worden met uiterste zorg en professionaliteit behandeld door één of meerdere medewerker die gekend is met de Europese normen en wetten inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen.

1.2 labels

De labels die zich bevinden op de verpakking van de glazuren van BSC indiceren wat de gebruiker mag verwachten van de glazuur bij een juiste aanbrenging. 

Alle labels zijn verbonden met testen die voor de doeleinden van het label in kwestie zijn. Deze testen zal u hieronder kunnen terug vinden samen met hun doeleinden en het bijbehorende label.

Op de glazuur gaat er een indicatie zijn als de glazuur niet geslaagd is voor een test of als de test niet van toepassing is geweest bij de glazuur is kwestie

a, indien dat de glazuur niet geslaagd is voor een test inzake met het label zal er door het label zich een rood kruis bevinden. Dit zal dan ook de indicatie zijn dat de glazuur in kwestie niet geschikt is voor het doeleinde van het label.

b, indien de glazuur niet getest voor het label inzake dan zal het label ontbreken van de verpakking van de glazuur. Dit zal dan ook de indicatie zijn dat de glazuur in kwestie niet getest is voor het doeleinde van het label.

1.2.1 Voedsel veilig - voedsel onveilig

Het voedselveilig (a) - voedsel onveilig (b) label indiceert dat de glazuur inzake getest is op de veiligheid inzake glazuur die aangebracht is op de juiste manier op keramieken voorwerpen of materialen die bestemd zijn met levensmiddelen in aanraking te komen.

1.2.1.1 Zware metalen

Het glazuur dat bestempeld is met het voedsel veilig logo kunnen bepaalde zware metalen bevatten. De zware metalen die zich in de glazuren kunnen bevinden zijn Arseen (As) – Zink(Zn) –  Zilver(Ag) – Nikkel (Ni) – Chroom III (Cr III) – Cadmium (Cd) – Cobalt (Co). Op deze metalen wordt dus ook getest of deze kunnen loskomen in h2o, zuur of base producten typerend voor voedingsproducten in normaal geachte temperaturen tussen 20°C en 35°C of in temperaturen tussen 95°C en 300°C als de grondstof in kwestie zich bevind in het glazuur recept.

Niet alle zware metalen of varianten van het metaal in kwestie zijn schadelijk voor het lichaam gevonden en als dit het geval is wordt hier ook minder streng of niet op getest. Bij de keuze van de grondstoffen voor de glazuren gaat ook de voorkeur uit naar de niet giftige metalen. 

Alle voedselveilige glazuren kunnen sporen bevatten van zware metalen als  Arseen (As) – Kwik (Hg) – Zink(Zn) – Vanadium (V) – Zilver(Ag) – Nikkel (Ni) – Chroom III (Cr III) – Cadmium (Cd) – Cobalt (Co) – Vanadium (V) . Hier worden geen specifieke testen voor gedaan als deze zich niet bevinden in het recept van de glazuur in kwestie.

1.2.1.1.1 lood

In onze instantie wordt geen gebruik gemaakt van lood (Pb) maar toch kunnen wij niet uitsluiten dat hier geen sporen van in de glazuur mengeling kunnen gevonden worden, dit omdat wij niet kunnen uitsluiten dat onze leveranciers het gebruik van lood minimaliseren. Echter is het hoogst onwaarschijnlijk dat er een aanwezigheid van lood zich bevind in de glazuurmengeling.

Meer info over zware metalen

1.2.1.2 Radio actieve mineralen

in geen geval wordt er gebruik gemaakt in onze glazuren of op onze faciliteiten van uranium of thorium houdende materialen zoals onder andere; uraanhoudend erts, torberniet, autuniet of monaziet.

1.2.1.3 craqueleren en reliëf

De glazuren worden getest op de stookwijze die bedoeld is voor de glazuur inzake op de temperatuur die de verpakking aangeeft. onder deze omstandigheden wordt er gekeken naar het reliëf en de mogelijke craquelering van de glazuur of deze binnen de juiste voorwaarden valt voor het voorkomen van bacteriegroei bij het correcte dagelijks gebruik. Als de glazuur niet binnen de normen valt zal de glazuur in kwestie niet als voedselveilig worden gelabeld.

1.2.1.4 pictogrammen

Voor het aantonen van de voedselveiligheid of voedselonveiligheid op de producten voor het gebruik als glazuur voor voorwerpen of materialen met de bedoelde intentie voor levensmiddelen worden er 2 pictogrammen gebruikt;

a). Als de glazuur geschikt is voor het gebruik op materialen of voorwerpen die bedoeld zijn om in aanraking met levensmiddelen te komen wordt het pictogram voedselveilig gebruikt (afbeelding a). Dit betekend niet dat de inhoudt van de verpakking inzake geschikt is voor consumptie.

b). Als de glazuur niet geschikt is voor het gebruik op materialen of voorwerpen die bedoeld zijn om in aanraking met levensmiddelen te komen wordt het pictogram voedselonveilig gebruikt (afbeelding b).

1.2.1Labels voor Keramische Glazuren: Voedselveilig en Voedselonveilig

1.2.1.1 Inleiding

Deze tekst heeft tot doel toelichting te geven op de labels "voedselveilig" en "voedselonveilig" die worden gebruikt voor keramische glazuren die zijn bedoeld voor toepassingen in contact met levensmiddelen. De interpretatie van deze labels is cruciaal voor zowel de producent als de consument, en is gebaseerd op de veiligheidseisen die aan keramische materialen worden gesteld.

1.2.1.2 Labels: Voedselveilig en Voedselonveilig

1.2.1.2.1 Definitie van de Labels

De labels die op de verpakking van de keramische glazuren van [BSC-Ceramics] worden aangebracht, hebben als doel de gebruiker te informeren over de veiligheid van de glazuur wanneer deze correct wordt toegepast op keramische voorwerpen die bestemd zijn voor het in contact komen met voedsel.

1.2.1.2.2 Aanduidingen en Bijbehorende Informatie

De labels zijn als volgt gecategoriseerd:

  • Voedselveilig (Afbeelding A): Dit label geeft aan dat de glazuur is getest op veiligheid voor gebruik op keramische voorwerpen die in aanraking komen met levensmiddelen. Dit label bevestigt dat de glazuur voldoet aan de relevante veiligheidsnormen, zoals vastgesteld door interne protocollen.

  • Voedselonveilig (Afbeelding B): Dit label geeft aan dat de glazuur niet geschikt is voor gebruik op keramische voorwerpen die in contact komen met levensmiddelen. Dit label waarschuwt consumenten dat de glazuur mogelijk schadelijke componenten bevat of niet voldoet aan de noodzakelijke veiligheidsnormen.

1.2.1.3 Testmethodologie en Verantwoordelijkheid

1.2.1.3.1 Testen in Eigen Atelier

Het is van belang te vermelden dat de glazuren zijn getest in ons eigen atelier. Deze tests zijn uitgevoerd volgens strikte interne protocollen, maar niet door erkende externe instanties. De validiteit van de testresultaten is daardoor afhankelijk van de nauwkeurigheid en deskundigheid van onze interne evaluatieprocessen.

1.2.1.3.2 Juridische aansprakelijkheid

Hoewel de testen in eigen atelier zijn uitgevoerd, kan met grote zekerheid worden gesteld dat de glazuren veilig zijn voor gebruik op keramische voorwerpen die in contact komen met voedsel. De resultaten van onze interne evaluaties wijzen erop dat er geen gezondheidsrisico's aan het gebruik van deze glazuren zijn verbonden.

Desondanks dient het gebruik van de glazuren te geschieden op eigen risico van de consument. BSC-Ceramics kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele gezondheidsrisico's die voortvloeien uit het gebruik van de glazuren. Deze uitsluiting van aansprakelijkheid benadrukt dat consumenten zich bewust moeten zijn van de aard van de testen en de verantwoordelijkheden die daarmee gepaard gaan. Wij adviseren consumenten om bij twijfel altijd deskundig advies in te winnen, hoewel onze evaluaties aantonen dat de glazuren als veilig kunnen worden beschouwd.

1.2.1.4 Zware Metalen

1.2.1.4.1 Informatie over Zware Metalen

Glazuren die als "voedselveilig" zijn gelabeld, kunnen bepaalde zware metalen bevatten. De metalen die in dit verband kunnen voorkomen zijn:

  • Arseen (As)

  • Zink (Zn)

  • Zilver (Ag)

  • Nikkel (Ni)

  • Chroom III (Cr III)

  • Cadmium (Cd)

  • Kobalt (Co)

1.2.1.4.1.1 Testmethoden voor Zware Metalen

Bij aanwezigheid van deze zware metalen wordt getest op hun potentieel om uit de glazuur vrij te komen en in contact met levensmiddelen. De testen worden uitgevoerd onder gecontroleerde omstandigheden, waarbij wordt gekeken naar de interactie met water, zuren en basen binnen gebruikelijke temperaturen (20°C tot 35°C) en hogere temperaturen (95°C tot 300°C). Dit is van belang om te bepalen of de glazuur veilig is voor gebruik op levensmiddelen.

4.2 Niet-Giftige Metalen

Niet alle zware metalen zijn per definitie schadelijk voor de gezondheid. Bij de keuze van de grondstoffen voor de glazuren wordt ernaar gestreefd om niet-giftige varianten te gebruiken. De aanwezigheid van sporen van andere zware metalen, zoals kwik (Hg) of vanadium (V), wordt niet specifiek getest, tenzij deze expliciet in de receptuur van de glazuur zijn opgenomen.

4.2.1 Lood

Hoewel er in onze glazuren geen lood (Pb) wordt gebruikt, kunnen we niet uitsluiten dat er sporen van lood aanwezig zijn. Dit kan te maken hebben met de inkoop bij leveranciers die lood minimaliseren, maar de kans op aanwezigheid is zeer klein. Het is de verantwoordelijkheid van de producent om deze informatie te communiceren en om de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om de aanwezigheid van lood te minimaliseren.

5. Radioactieve Mineralen

5.1 Verbod op Radioactieve Materialen

Er wordt in geen geval gebruikgemaakt van uranium of thorium in onze glazuren. Dit omvat het verbod op materialen die deze elementen bevatten, zoals uraanhoudend erts, torberniet, autuniet of monaziet. De veiligheid van de consument is onze hoogste prioriteit en het uitsluiten van radioactieve mineralen is een belangrijke stap in dit proces.

6. Craqueleren en Reliëf

6.1 Kwaliteitscontroles

De glazuren worden getest op de juiste stookwijze en temperatuur, zoals aangegeven op de verpakking. Hierbij wordt ook gecontroleerd op reliëf en de mogelijkheid van craqueleren. Het is cruciaal dat de glazuur voldoet aan de normen voor het voorkomen van bacteriegroei bij dagelijks gebruik. Indien de glazuur niet aan deze normen voldoet, zal deze niet als voedselveilig worden gelabeld.

7. Pictogrammen en Informatievoorziening

7.1 Gebruik van Pictogrammen

Voor de aanduiding van voedselveiligheid en voedselonveiligheid worden de volgende pictogrammen gebruikt:

  • Voedselveilig (Afbeelding A): Dit pictogram bevestigt dat de glazuur geschikt is voor gebruik op materialen of voorwerpen die in contact komen met levensmiddelen. Het is belangrijk te benadrukken dat dit niet betekent dat de inhoud van de verpakking geschikt is voor consumptie.

  • Voedselonveilig (Afbeelding B): Dit pictogram geeft aan dat de glazuur niet geschikt is voor gebruik op materialen of voorwerpen die in contact komen met levensmiddelen. Het gebruik van dit label is essentieel om consumenten te beschermen tegen mogelijke gezondheidsrisico's.

8. Conclusie

Het gebruik van de labels "voedselveilig" en "voedselonveilig" op keramische glazuren is van groot belang voor de informatievoorziening aan de consument en voor het waarborgen van de veiligheid van producten die in contact komen met voedsel. De verantwoordelijkheden van [Bedrijfsnaam] omvatten niet alleen de zorg voor de veiligheid van de producten, maar ook de verplichting om transparant te zijn over de methodologie en resultaten van de uitgevoerde tests.

Het is aan de consument om zich bewust te zijn van de implicaties van deze labels en om een weloverwogen beslissing te nemen over het gebruik van de glazuren. In geval van twijfel of onduidelijkheid wordt aanbevolen om advies in te winnen bij een deskundige of een erkende instantie op het gebied van voedselveiligheid.

1.2.1.5 Waarschijnlijk voedsel veilig (afbeelding C)

1.2.1.5.1 Inleiding

Deze tekst behandelt de juridische implicaties van keramische glazuren die zijn gemarkeerd met de aanduiding "waarschijnlijk voedselveilig" (afbeelding c). Dit label houdt in dat de glazuur niet specifiek is getest voor gebruik op servies dat in contact komt met voedsel, hoewel er wel gegevens zijn van vergelijkbare glazuren die als veilig zijn beoordeeld.

1.2.1.5.2 Definitie en Toepassing

Keramische glazuren zijn afwerkingslagen die worden aangebracht op keramische objecten om hun esthetische waarde en functionaliteit te verbeteren. De classificatie "waarschijnlijk voedselveilig" suggereert dat de glazuur voldoet aan bepaalde verwachtingen van veiligheid, maar dat er geen formele testen zijn uitgevoerd die deze claim definitief ondersteunen.

1.2.1.5.3Veiligheid en Gezondheidsrisico's

  1. Vergelijkbare Recepten: De labelaanduiding is gebaseerd op gegevens van andere glazuren die vergelijkbare samenstellingen en ingrediënten bevatten en waarvan is aangetoond dat ze veilig zijn voor gebruik in voedselgerelateerde toepassingen.

  2. Afwezigheid van Gezondheidsrisico’s: De specifieke glazuur bevat geen metalen of grondstoffen die bekend staan om hun gezondheidsproblemen bij orale opname. Dit is een belangrijke overweging voor de consumentenveiligheid.

1.2.1.5.4 Juridische Verantwoordelijkheid

Het gebruik van het label "waarschijnlijk voedselveilig" impliceert dat de producent zich bewust is van de potentiële risico's en verplicht is om transparant te zijn over de aard van de glazuur. Consumenten dienen te worden geïnformeerd dat, hoewel er positieve gegevens zijn over vergelijkbare glazuren, de specifieke glazuur in kwestie niet formeel is getest op voedselveiligheid.

1.2.1.5.5 Conclusie

Hoewel de keramische glazuur in kwestie enkele aanwijzingen heeft die wijzen op een waarschijnlijk veilige toepassing voor voedsel, moet worden opgemerkt dat het ontbreken van directe testresultaten een belangrijke factor blijft. Het is aan de producent en de distributeur om duidelijke informatie te verstrekken aan consumenten, zodat deze een weloverwogen beslissing kunnen nemen over het gebruik van producten die zijn behandeld met deze glazuur.

​​

​​

​

1.2.2 Vaatwasser veilig - vaatwasser onveilig

Het vaatwasser veilig (d) - vaatwasser onveilig (e) label indiceert dat de glazuur inzake getest is op de vastheid van de glazuur die aangebracht is op de juiste manier op keramieken voorwerpen of materialen die bestemd zijn voor het gebruik in de vaatwasser op maximum 80°C waarbij er correct met het wasprogramma en de dosering van de reinigingsmiddel. Bij een overmatig gebruik aan reinigingsmiddel(en) zal de indicatie van de labels vaatwasser veilig (d), vaatwasser onveilig (e), voedselveilig (a) en voedsel onveilig (b) vervallen. het is dus aangeraden om de juiste doseringen te handhaven bij elke wasbeurt. Ook het modificeren of aanpassen van het wasprogramma of de vaatwasser zal de labels vaatwasser veilig (d), vaatwasser onveilig (e), voedselveilig (a) en voedsel onveilig (b) laten vervallen.

1.2.2.1 test op hardheid van de glazuur

De test kijkt vooral naar de vastheid van de glazuur in kwestie bij het dagelijks gebruik van het voorwerp met het glazuur inzake. Er worden 25 cycles op verschillende programma's gedraaid met de glazuur aangebracht op de correcte manier op meerdere gebruiksvoorwerpen. De programma's zullen met temperaturen tot 80°C worden uitgevoerd. 

1.2.1.4 pictogrammen

Voor het aantonen van de mogelijkheid op het dagelijks gebruik van de vaatwasser op de voorwerpen waarvan het glazuur op de correcte manier is aangebracht worden er 2 pictogrammen gebruikt;

a). Als de glazuur geschikt is voor het gebruik op materialen of voorwerpen die bedoeld zijn voor het dagelijks meedraaien met een programma in de vaatwasser wordt het pictogram vaatwasser veilig (afbeelding d) gebruikt. 

b). Als de glazuur niet geschikt is voor het gebruik op materialen of voorwerpen die bedoeld zijn voor het dagelijks meedraaien met een programma in de vaatwasser wordt het pictogram vaatwasser onveilig (afbeelding e) gebruikt. 

​

​

​

1.2.2 Microgolfoven veilig - microgolfoven onveilig

Het microgolfoven veilig (f) - microgolfoven onveilig (g) label indiceert dat de glazuur inzake getest is op de vastheid van de glazuur die aangebracht is op de juiste manier op keramieken voorwerpen of materialen die bestemd zijn voor het gebruik in de microgolfoven die gebruik maken van de frequentie van 2,45 GHz waarbij er correct met het programma en de duur van de cyclus. Bij een incorrect of misbruik van de microgolfoven zal de indicatie van de labels microgolfoven veilig (f), microgolfoven onveilig (g), voedselveilig (a) en voedsel onveilig (b) vervallen, evenals andere labels op het etiket. Het is dus aangeraden om de juiste programas te handhaven bij elk gebruik van de microgolfoven. Ook het modificeren of aanpassen van het programma of de microgolfoven zal de labels microgolfoven veilig (f), microgolfoven onveilig (g), vaatwasser veilig (d), vaatwasser onveilig (e), voedselveilig (a) en voedsel onveilig (b) laten vervallen.

1.2.2.1 test op hardheid van de glazuur

De test kijkt vooral naar de vastheid van de glazuur in kwestie bij het dagelijks gebruik van het voorwerp met het glazuur inzake. Er worden 50 cyclus op verschillende programma's gedraaid in de microgolfoven met de glazuur aangebracht op de correcte manier op meerdere gebruiksvoorwerpen. De programma's zullen met temperaturen tot 280°C worden uitgevoerd. 

1.2.1.4 pictogrammen

Voor het aantonen van mogelijkheid op het dagelijks gebruik van de microgolfoven op de producten waardat het het glazuur op de correcte manier is aangebracht worden er 2 pictogrammen gebruikt;

a). Als de glazuur geschikt is voor het gebruik op materialen of voorwerpen die bedoeld zijn voor het dagelijks meedraaien met een programma in de microgolfoven wordt het pictogram vaatwasser veilig (afbeelding f) gebruikt. 

b). Als de glazuur niet geschikt is voor het gebruik op materialen of voorwerpen die bedoeld zijn voor het dagelijks meedraaien met een programma in de microgolfoven wordt het pictogram vaatwasser onveilig (afbeelding g) gebruikt. 

​​

​​

​​

1.3 Aanbrengen van glazuur

Labels en testen in verband met glazuurveiligheid worden verworven door BSC. Zij dienen als richtlijnen in het gebruik en applicatie van de glazuren en kunnen in geen geval alle mogelijke gevaren ontzien evenals mogelijke lange termijn gebruik. Er wordt verwacht dat de gebruiker van de BSC glazuren gekend is met het proces van het aanbrengen van glazuren op werkstukken, evenals het proces van het sinteren van de glazuren en het bakproces. Deze processen dienen op de correcte manier te gebeuren voor het bevestigen van de labels die zich op de glazuur in kwestie bevinden. 

Asset 1_4x.png

Afbeelding a.

Asset 2_4x.png

Afbeelding b.

Asset 3_4x.png

Afbeelding d.

Asset 4_4x.png

Afbeelding e.

Asset 7.png

Afbeelding e.

Asset 8.png

Afbeelding f.

Europese richtlijnen

Richtlijn 76/893/EEG van de Raad van 23 november 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen.

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 23 november 1976

betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen

( 76/893/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikel 100 en 227 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,

Overwegende dat in elke wetgeving betreffende materialen en voorwerpen die als afgewerkte produkten bestemd zijn om in aanraking te komen met voor menselijke voeding bestemde waren niet alleen rekening moet worden gehouden met de eisen inzake de bescherming van de gezondheid van de mens , maar tevens met de economische en technologische behoeften binnen de door de bescherming van de gezondheid gestelde grenzen ;

Overwegende dat de fabricage en de verkoop van deze materialen en voorwerpen een belangrijke plaats innemen op de gemeenschappelijke markt ;

Overwegende dat de verschillen die thans tussen de nationale wetgevingen bestaan met betrekking tot deze materialen en voorwerpen het vrije verkeer ervan belemmeren , ongelijke mededingingsvoorwaarden kunnen scheppen en uit dien hoofde rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de gemeenschappelijke markt ;

Overwegende dat de onderlinge aanpassing van de desbetreffende wetgevingen noodzakelijk is met het oog op het vrije verkeer van deze materialen en voorwerpen ;

Overwegende dat het wenselijk is allereerst in een kaderrichtlijn de algemene beginselen vast te leggen op basis waarvan het mogelijk zal zijn de ongelijkheden in de wettelijke bepalingen vervolgens op te heffen door middel van specifieke richtlijnen ;

Overwegende dat de bedekkings - en omhullingsmaterialen die geheel of gedeeltelijk één geheel vormen met de levensmiddelen , niet kunnen worden beschouwd als zijnde enkel in aanraking met deze levensmiddelen , maar dat er in dat geval rekening mee moet worden gehouden dat dergelijke materialen eventueel door de verbruikers worden opgegeten ; dat de voorschriften van deze richtlijn in dergelijke omstandigheden ongeschikt blijken ;

Overwegende dat in afwachting van een communautaire definitie van " levensmiddelen " , deze onder de nationale wetgevingen ressorteert ; dat het evenwel noodzakelijk lijkt om nu reeds te preciseren welke materialen en voorwerpen die in aanraking komen met water dat bestemd is voor menselijke consumptie , onder de bepalingen van deze richtlijn vallen ;

Overwegende dat deze richtlijn slechts betrekking heeft op het gedrag van materialen en voorwerpen ten opzichte van de levensmiddelen waarmee zij in aanraking komen en niet van invloed is op de bepalingen inzake de eventuele uitwerking van rechtstreeks contact met het menselijke organisme ; dat evenwel moet worden voorzien in de mogelijkheid om zo nodig in specifieke richtlijnen bepalingen aan te nemen voor die gedeelten van bepaalde voorwerpen die gezien het gebruik dat ervan wordt gemaakt tegelijkertijd met de mond en met levensmiddelen in aanraking komen ;

Overwegende dat derhalve het basisprincipe van deze voorschriften moet zijn dat elk materiaal en voorwerp bestemd om in aanraking te komen met levensmiddelen , of dat contact nu direct of indirect is , voldoende inert moet zijn om aan de levensmiddelen geen bestanddelen af te geven in zodanige hoeveelheden dat deze gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van de mens , kunnen leiden tot een onaanvaardbare wijziging in de samenstelling van de levensmiddelen of tot een ongewenste verandering van de organoleptische eigenschappen ervan ;

Overwegende dat het voor het bereiken van dit doel soms noodzakelijk kan blijken om enerzijds de lijst vast te stellen van de stoffen die mogen worden gebruikt bij de fabricage van de materialen en voorwerpen ( met vermelding van zuiverheidscriteria en gebruiksvoorwaarden ) , en anderzijds algemene en/of specifieke migratiegrenzen of andere beperkingen vast te stellen ;

Overwegende dat het wenselijk is in de specifieke richtlijnen die in de kaderrichtlijn bedoelde bepalingen op te nemen die het meest geschikt zijn om het gestelde doel te bereiken , ten einde rekening te houden met de technologische eigenschappen die eigen zijn aan iedere groep materialen en voorwerpen ;

Overwegende dat het met het oog op de voorlichting van de consument wenselijk is te bepalen dat alle materialen en voorwerpen die leeg in de kleinhandel worden verkocht , ter wille van het juiste gebruik ervan , naast andere aanduidingen ook de vermelding " voor levensmiddelen " of " voor eet - en drinkwaren " dan wel een meer specifieke vermelding voor het gebruik of een overeengekomen symbool moeten vertonen ; dat het de Lid-Staten evenwel mogelijk moet zijn een dergelijke vermelding niet verplicht te stellen in het geval van materialen en voorwerpen waarvoor nog geen specifieke communautaire richtlijnen of nationale bepalingen bestaan ;

Overwegende dat deze richtlijn geen betrekking heeft op de etikettering van produkten die wegens hun gedrag ten opzichte van levensmiddelen hiermee niet in aanraking mogen worden gebracht ;

Overwegende dat , ter bevordering van de technische vooruitgang , aan de Lid-Staten de mogelijkheid moet worden gelaten om op hun grondgebied en onder hun officiële controle voorlopig het gebruik toe te staan van een stof die in de specifieke richtlijnen niet wordt genoemd , zulks in afwachting van een definitief besluit op communautair niveau ;

Overwegende dat , indien mocht blijken dat het gebruik van een stof die in één van de specifieke richtlijnen voorkomt in een materiaal of voorwerp een gevaar kan opleveren voor de gezondheid , de Lid-Staten moet worden toegestaan dat gebruik te stoppen of te beperken totdat op communautair niveau een besluit wordt genomen ;

Overwegende dat het bijwerken van de lijst van stoffen die bij de fabricage van de materialen en voorwerpen mogen worden gebruikt , alsmede het bepalen van de regels met betrekking tot de monsterneming en de analysemethoden die in de eerste plaats vereist zijn voor de controle van de lijst van gebruikte stoffen , hun zuiverheidscriteria en hun gebruiksvoorwaarden , alsmede van de vastgestelde algemene en specifieke migratiegrenzen , uitvoeringsmaatregelen van technische aard zijn ; dat , ter vereenvoudiging en bespoediging van de procedure , het aannemen van deze maatregelen moet worden toevertrouwd aan de Commissie voor wat betreft de bijwerking van de lijst , voor zover de specifieke richtlijnen hierin voorzien , en voor wat betreft de regels met betrekking tot de monsterneming en de analysemethoden , voor zover deze richtlijnen geen andersluidende bepalingen bevatten ; dat voor de bijwerkingsprocedure in voorkomend geval het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding ingesteld bij Besluit 74/234/EEG ( 3 ) , dient te worden geraadpleegd ;

Overwegende dat voor alle gevallen waarin de Raad de bevoegdheid voor de tenuitvoerlegging van de voorschriften in de sector materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen aan de Commissie overdraagt , moet worden voorzien in een procedure voor een nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie in het kader van het Permanent Comité voor levensmiddelen , ingesteld bij Besluit 69/414/EEG ( 4 ) ;

Overwegende dat het , ten einde de produktieprocessen voor de fabricage van de materialen en voorwerpen te kunnen aanpassen aan de in onderstaande bepalingen gestelde nieuwe eisen , dienstig is dat de voorschriften zodanig worden toegepast dat de handel in de materialen en voorwerpen die in overeenstemming zijn met deze richtlijn twee jaar na de kennisgeving van deze richtlijn wordt toegestaan en dat de handel in en het gebruik van de materialen en voorwerpen die niet in overeenstemming zijn met de richtlijn drie jaar na de kennisgeving worden verboden ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Deze richtlijn is van toepassing op materialen en voorwerpen die als afgewerkte produkten bestemd zijn om in aanraking te worden gebracht of overeenkomstig hun bestemming in aanraking zijn met levensmiddelen . Hierna worden zij " materialen en voorwerpen " genoemd .

De bedekkings - of omhullingsmaterialen die - zoals materialen ter bekleding van kaaskorsten , vleeswaren of fruit - één geheel vormen met de levensmiddelen en waarvan de mogelijkheid bestaat dat ze samen met die levensmiddelen worden opgegeten , vallen niet onder de bepalingen van deze richtlijn .

2 . Deze richtlijn is van toepassing op materialen en voorwerpen in aanraking met water dat bestemd is voor menselijke consumptie . Zij is evenwel niet van toepassing op vaste openbare of particuliere installaties voor de distributie van water .

3 . De Lid-Staten kunnen wat " antiquiteiten " betreft geheel of gedeeltelijk van deze richtlijn afwijken .

Artikel 2

De materialen en voorwerpen dienen overeenkomstig goede fabricagemethoden te worden vervaardigd , opdat zij bij normaal of te verwachten gebruik aan levensmiddelen geen bestanddelen afgeven in hoeveelheden die :

- een gevaar kunnen opleveren voor de menselijke gezondheid ,

- kunnen leiden tot een onaanvaardbare wijziging in de samenstelling van de levensmiddelen of tot een ongewenste verandering van de organoleptische eigenschappen ervan .

Artikel 3

Overeenkomstig de procedure van artikel 100 van het Verdrag stelt de Raad door middel van een richtlijn de bijzondere bepalingen vast die van toepassing zijn op bepaalde groepen materialen en voorwerpen ( specifieke richtlijnen ) .

Deze specifieke richtlijnen kunnen met name bevatten :

a ) indien mogelijk en noodzakelijk de lijst van stoffen waarvan het gebruik is toegestaan , met uitsluiting van alle andere stoffen ;

b ) de zuiverheidscriteria voor deze stoffen ;

c ) de bijzondere gebruiksvoorwaarden voor deze stoffen en/of de materialen en voorwerpen waarin deze stoffen zijn verwerkt ;

d ) specifieke grenzen voor de migratie van bepaalde bestanddelen of groepen van bepaalde bestanddelen in of op levensmiddelen ;

e ) een algemene grens voor de migratie van bestanddelen in of op levensmiddelen ;

f ) zo nodig voorschriften tot bescherming van de menselijke gezondheid tegen eventuele gevaren die kunnen voortvloeien uit aanraking van de materialen en voorwerpen met de mond ;

g ) andere voorschriften om het bepaalde in artikel 2 te doen naleven ;

h ) de basisvoorschriften , vereist voor het toezicht op de naleving van de bepalingen sub d ) , e ) , f ) en g ) .

Artikel 4

1 . In afwijking van artikel 3 kan een Lid-Staat , indien overeenkomstig artikel 3 , sub a ) , een lijst van stoffen is vastgesteld , het gebruik van een stof die niet op die lijst voorkomt onder de volgende voorwaarden op zijn grondgebied toelaten :

a ) de toelating moet beperkt worden tot een tijdvak van ten hoogste drie jaar ,

b ) de Lid-Staat moet materialen en voorwerpen die zijn vervaardigd met de stof waarvan hij het gebruik heeft toegelaten , officieel controleren ,

c ) de aldus vervaardigde materialen en voorwerpen moeten een speciale aanduiding dragen die bij de toelating wordt omschreven .

2 . De Lid-Staat stelt de overige Lid-Staten en de Commissie in kennis van de tekst van ieder krachtens lid 1 opgesteld toelatingsbesluit , en wel binnen een termijn van twee maanden na de datum waarop dit besluit van kracht is geworden .

3 . Voor het verstrijken van de in lid 1 vastgestelde termijn van drie jaar , kan de Lid-Staat bij de Commissie een verzoek indienen om de overeenkomstig lid 1 op nationaal vlak toegelaten stof op de in artikel 3 , sub a ) , bedoelde lijst op te nemen . Tegelijkertijd verstrekt hij de documenten die volgens hem de opneming op de lijst rechtvaardigen en vermeldt hij het gebruik waarvoor deze stof is bestemd .

Binnen een termijn van achttien maanden na de indiening van dit verzoek wordt , op basis van de gegevens over volksgezondheid , na raadpleging van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding , volgens de procedure van artikel 10 besloten of de betrokken stof op de in artikel 3 , sub a ) , bedoelde lijst kan worden opgenomen dan wel of de nationale toelating moet worden ingetrokken . Indien er op grond van artikel 3 , sub b ) , c ) en d ) , bepalingen nodig blijken te zijn , worden deze volgens dezelfde procedure vastgesteld . In afwijking van lid 1 , sub a ) , blijft de nationale toelating van kracht totdat ten aanzien van het verzoek om opneming op de lijst een besluit is genomen .

Indien overeenkomstig de tweede alinea wordt besloten dat de nationale toelating moet worden ingetrokken , is dit besluit van toepassing op iedere andere nationale toelating met betrekking tot de betrokken stof . In dit besluit kan worden gepreciseerd dat het verbod om deze stof te gebruiken zich uitstrekt tot een ander dan het gebruik , bedoeld in het verzoek om opneming op de lijst .

Artikel 5

Onverminderd artikel 4 , lid 3 , worden de in de bijlagen van de specifieke richtlijnen op grond van de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis aan te brengen wijzigingen , in voorkomend geval na raadpleging van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding , vastgesteld volgens de procedure van artikel 10 , voor zover deze richtlijnen in die procedure voorzien .

Artikel 6

1 . Indien een Lid-Staat op basis van een uitvoerige motivering op basis van nieuwe gegevens of een nieuwe beoordeling van bestaande gegevens , ter beschikking gekomen of tot stand gekomen na de aanneming van één van de specifieke richtlijnen , constateert dat het gebruik van een materiaal of voorwerp gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens , hoewel voldaan is aan de bepalingen van de desbetreffende specifieke richtlijn , kan deze Lid-Staat de toepassing van de betrokken bepalingen op zijn grondgebied tijdelijk schorsen of beperken . Hij stelt daarvan onverwijld de andere Lid-Staten en de Commissie in kennis onder opgave van de redenen die tot zijn besluit hebben geleid .

2 . De Commissie onderzoekt zo spoedig mogelijk de beweegredenen die de betrokken Lid-Staat heeft opgegeven en pleegt overleg met de Lid-Staten in het kader van het Permanent Comité voor levensmiddelen ; zij brengt vervolgens onverwijld advies uit en neemt de passende maatregelen .

3 . Indien de Commissie wijzigingen in de specifieke richtlijn noodzakelijk acht om het hoofd te bieden aan de in lid 1 genoemde moeilijkheden en ter bescherming van de gezondheid van de mens , leidt zij de procedure van artikel 10 in ten einde deze wijzigingen vast te stellen ; in dat geval kan de Lid-Staat die vrijwaringsmaatregelen heeft getroffen , deze handhaven totdat de wijzigingen van kracht worden .

Artikel 7

1 . Onverminderd eventuele in de specifieke richtlijnen vastgestelde afwijkingen moeten materialen en voorwerpen , die nog niet met levensmiddelen in aanraking zijn gebracht , bij het in de handel brengen voorzien zijn van de volgende aanduidingen :

a ) - hetzij één of , in voorkomend geval , verscheidene van de onderstaande aanduidingen :

- " voor levensmiddelen " of " voor eet - en drinkwaren " ,

- " til levnedsmidler " ,

- " fuer Lebensmittel " ,

- " for food use " ,

- " pour contact alimentaire " of " convient pour aliments " ,

- " per alimenti " ,

- " le haghaidh bia " ;

- hetzij een specifieke aanduiding voor het gebruik , zoals koffiemachine , wijnfles , soeplepel ;

- hetzij een symbool dat zal worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 10 ;

b ) in voorkomend geval de bijzondere voorwaarden die bij gebruik in acht moeten worden genomen ;

c ) - hetzij de naam of de handelsnaam en het adres of de maatschappelijke zetel ,

- hetzij het handelsmerk ,

van de fabrikant of de verwerker , dan wel van een in de Gemeenschap gevestigde verkoper .

2 . De in lid 1 bedoelde aanduidingen moeten goed zichtbaar , duidelijk leesbaar en onuitwisbaar zijn aangebracht :

a ) bij de verkoop aan de consument

- hetzij op de materialen en voorwerpen of op de verpakkingen ,

- hetzij op etiketten die op de materialen en voorwerpen of op de verpakkingen daarvan zijn aangebracht ,

- hetzij op een bord dat zich in de onmiddellijke nabijheid van de materialen en voorwerpen bevindt en dat duidelijk zichtbaar is voor de kopers ; in het geval van de in lid 1 , sub c ) , bedoelde aanduiding mag van laatstgenoemde mogelijkheid echter alleen gebruik worden gemaakt indien deze aanduiding , of een etiket met deze aanduiding , om technische redenen noch bij de vervaardiging noch bij het in de handel brengen op genoemde materialen en voorwerpen kan worden aangebracht ;

b ) in de andere handelsstadia dan dat van de verkoop aan de consument

- hetzij op de begeleidende documenten ,

- hetzij op de etiketten of verpakkingen ,

- hetzij op de materialen en voorwerpen zelf .

De Lid-Staten behoeven de in lid 1 , sub a ) , bedoelde aanduidingen op hun grondgebied evenwel niet verplicht te stellen voor de verkoop aan de consument van materialen en voorwerpen die door hun aard kennelijk bestemd zijn om met levensmiddelen in aanraking te komen .

3 . De in lid 1 , sub a ) en b ) , bedoelde aanduidingen zijn voorbehouden aan materialen en voorwerpen die voldoen aan

a ) de specifieke richtlijnen ,

b ) bij ontbreken van specifieke richtlijnen , de in artikel 2 vastgestelde criteria en eventueel de nationale bepalingen .

4 . In afwijking van lid 1 mogen de Lid-Staten de aldaar genoemde aanduidingen op hun grondgebied slechts verplicht stellen voor die materialen en voorwerpen waarop specifieke richtlijnen of , bij afwezigheid daarvan , nationale bepalingen van dezelfde aard van toepassing zijn .

5 . Voor materialen en voorwerpen die nog niet zijn onderworpen aan een specifieke richtlijn kunnen de Lid-Staten de bestaande nationale bepalingen handhaven uit hoofde waarvan deze materialen en voorwerpen vergezeld moeten gaan van een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat zij voldoen aan de desbetreffende voorschriften .

6 . De Lid-Staten kunnen op hun grondgebied de kleinhandel in de materialen en voorwerpen verbieden indien de overeenkomstig lid 1 , sub a ) en b ) , vereiste aanduidingen niet ten minste in de nationale of officiële taal of talen zijn aangebracht op de etiketten , verpakkingen , borden of begeleidende documenten .

De Lid-Staten kunnen voorts bepalen dat de aanduidingen van lid 1 , sub a ) en b ) , door de kleinhandelaar worden vermeld in een voor de kopers gemakkelijk te begrijpen taal . Hiertoe kan slechts het aanbrengen van een bord in de nabijheid van het aangeboden produkt worden geëist .

Artikel 8

1 . De Lis-Staten treffen de nodige maatregelen opdat de handel in en het gebruik van de materialen en voorwerpen die overeenkomen met de voorschriften van deze richtlijn of van de specifieke richtlijnen niet kunnen worden belemmerd door de toepassing van de nationale , niet-geharmoniseerde bepalingen inzake de samenstelling , het gedrag ten opzichte van levensmiddelen of de etikettering van deze materialen en voorwerpen .

2 . Lid 1 is niet van toepassing op nietgeharmoniseerde bepalingen die gerechtvaardigd zijn op grond van :

- bescherming van de volksgezondheid ;

- beteugeling van misleiding , op voorwaarde dat deze bepalingen niet van dien aard zijn dat daarmede de toepassing van de in deze richtlijn vastgelegde voorschriften wordt belemmerd ;

- bescherming van de industriële en commerciële eigendom , de aanduidingen van herkomst alsmede het tegengaan van oneerlijke concurrentie .

Artikel 9

Behoudens andersluidende bepalingen in de specifieke richtlijnen , worden de regels met betrekking tot de monsterneming en de analysemethoden die nodig zijn voor de controle op de naleving van de bepalingen bedoeld in artikel 3 , sub a ) tot en met g ) , volgens de procedure van artikel 10 vastgesteld .

Artikel 10

1 . In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van de in dit artikel omschreven procedure , wordt deze procedure bij het bij Besluit 69/414/EEG ingestelde Permanent Comité voor levensmiddelen , hierna te noemen " het Comité " , ingeleid door de Voorzitter , hetzij op diens initiatief , hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat .

2 . De Vertegenwoordiger van de Commissie dient bij het Comité een ontwerp in van de te nemen maatregelen . Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de Voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van het betrokken vraagstuk . Het Comité spreekt zich uit met een meerderheid van eenenveertig stemmen , waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen overeenkomstig het bepaalde in artikel 148 , lid 2 , van het Verdrag . De Voorzitter neemt geen deel aan de stemming .

3 . a ) De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast , wanneer deze in overeenstemming zijn met het advies van het Comité .

b ) Indien de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies , dient de Commissie bij de Raad onverwijld een voorstel in betreffende de vast te stellen maatregelen . De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen .

c ) Indien na verloop van een termijn van drie maanden , te rekenen vanaf de indiening van het voorstel bij de Raad , deze geen besluit heeft genomen , worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld .

Artikel 11

Artikel 10 is van toepassing gedurende een periode van 18 maanden , te rekenen vanaf de datum dat de in artikel 10 , lid 1 , bedoelde procedure voor de eerste maal bij het Comité is ingeleid .

Artikel 12

Deze richtlijn is niet van toepassing op materialen en voorwerpen bestemd voor export buiten de Gemeenschap .

Artikel 13

1 . Binnen 18 maanden na de kennisgeving van deze richtlijn wijzigen de Lid-Staten , zo nodig , hun wetgeving ten einde aan deze richtlijn te voldoen en stellen zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis . De aldus gewijzigde wetgeving wordt zo toegepast dat

- twee jaar na de kennisgeving van deze richtlijn de handel in materialen en voorwerpen die overeenstemmen met de bepalingen van deze richtlijn wordt toegelaten , onverlet de toepassing van de nationale bepalingen die bij afwezigheid van specifieke richtlijnen van toepassing zijn op bepaalde groepen materialen en voorwerpen ;

- drie jaar na de kennisgeving van deze richtlijn de handel in en het gebruik van materialen en voorwerpen die niet met de bepalingen van deze richtlijn overeenstemmen , wordt verboden .

2 . Lid 1 belet de Lid-Staten niet om twee jaar na de kennisgeving van deze richtlijn de vervaardiging van materialen en voorwerpen die niet met deze richtlijn overeenstemmen , te verbieden .

Artikel 14

Deze richtlijn is van toepassing in de Franse overzeese departementen .

Artikel 15

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 23 november 1976 .

Voor de Raad

De Voorzitter

A . P . L . M . M . van der STEE

( 1 ) PB nr . C 155 van 9 . 12 . 1974 , blz . 10 .

( 2 ) PB nr . C 108 van 15 . 5 . 1975 , blz . 72 .

( 3 ) PB nr . L 136 van 20 . 5 . 1974 , blz . 1 .

( 4 ) PB nr . L 291 van 19 . 11 . 1969 , blz . 9 .

Bijnens-Sijbers BV

BE0000000

info@bsc-ceramics.com

Sellestraat 3, 3990

Peer, Belgium

  • Instagram
  • Facebook

© Bijnens-Sijbers BV 2023 – alle rechten voorbehouden

bottom of page